Back to top

Terwijl veel Duitse mannen als soldaat aan het front vechten moet de oorlogsindustrie blijven doordraaien. Hiervoor worden buitenlandse arbeiders ingezet. Dit gebeurt eerst vrijwillig, maar wanneer niet genoeg mannen zich aanmelden wordt overgegaan op dwangarbeid.

 

Vanaf februari 1943 houden de Duitsers razzia’s om jonge mannen op te pakken en af te voeren naar Duitsland. Een maand later moeten alle studenten een loyaliteitsverklaring tekenen, doen ze dit niet dan moeten worden zij gedwongen afgevoerd naar Duitsland. Een groot deel van de studenten weigert de verklaring te ondertekenen en duikt onder.

Krijgsgevangenschap

Maar dan wordt via de voorpagina van dagbladen op 29 april 1943 bekend gemaakt dat alle 200.000 Nederlandse militairen zich moeten melden voor de Arbeitseinsatz. De soldaten hebben in de meidagen van 1940 gevochten tegen de Duitsers en zijn toen kort krijgsgevangen genomen. Al in juni 1940 worden ze vrijgelaten, maar nu moeten ze dus opnieuw in krijgsgevangenschap in Duitsland. De oproep is de druppel die de emmer doet overlopen. Er ontstaat een staking.

De productie in fabriek Gebr. Stork & Co in Hengelo komt op 29 april als eerste tot stilstand. Meer fabrieken in Twente volgen. Die avond bereiken geruchten over de staking in Twente al de rest van Nederland. De volgende ochtend ligt in grote delen van bezet Nederland het werk stil. Het begin van de April-meistakingen.

Melk- en mijnstaking

Tijdens de April-meistakingen liggen niet alleen de fabrieken stil. Omdat veel boeren weigeren melk te leveren aan de zuivelfabrieken wordt het ook wel de Melkstaking genoemd. De boeren delen de melk uit of laten het over de weilanden lopen. En in Zuid-Limburg staat de staking bekend als de mijnstaking. Daar worden de mijnen platgelegd met steun van de Rooms-katholieke Kerk. Door deze verschillende vormen van stakingen neemt het een landelijk karakter aan.

Slachtoffers

De stakingen worden met harde hand neergeslagen door de Duitse bezetter. De stakers worden op straat beschoten. Hierbij komen zo’n negentig mensen om het leven en raken honderden zwaargewond. Daarnaast wordt een groot aantal stakers gearresteerd. Een deel wordt vrijgelaten, maar tachtig stakers worden standrechtelijk geëxecuteerd. Anderen komen in kampen terecht. Niet alle stakers keren levend terug uit deze kampen. Deze overleden stakers vind je terug in Oorlogslevens.

 

De terugvoering van Nederlandse soldaten in krijgsgevangenschap versterkt het verzet in bezet Nederland. Slechts 10.000 van de 200,000 mannen worden via de Wehrmachtslager in Amersfoort en de Frieslandkazerne in Assen getransporteerd naar Duitsland. Daar verrichten ze gedwongen zwaar werk. De rest duikt onder. Dit vergroot de vraag naar onderduikplekken sterk. Daarmee groeien de verzetsorganisatie. Eenmaal in onderduik wordt een deel van de Nederlandse soldaten zelf ook actief in de verzetsorganisaties. 

De April-meistakingen beginnen op 29 april 1943 bij machinefabriek Stork in Hengelo. De volgende dagen verspreiden de stakingen zich over het grootste deel van het land. Wat gaat er vooraf aan de April-meistakingen?